Moet nu m’n stringetje uit?

Disclaimer: Het volgende stukje heeft wat meer aandacht gekregen dan ik oorspronkelijk verwachtte. Het is geschreven is op een persoonlijk weblog en geeft aldus mijn subjectieve, eerste reactie weer. De citaten uit dit stuk komen uit de NRC Next van maandag 30 augustus. Ze zijn behandeld zoals ik ze oorspronkelijk heb gelezen, en zijn dus aan interpretatie onderhevig.

In metro station Brixton, Londen, zag ik voor het laatst een voorbeeld van effectieve reclame guerilla. Naast de roltrappen, in een rij van informatieve A3-posters, hing een plaatje van een stel borsten waarop stond: ‘When a push-up bra just doesn’t cut it…’ Iemand had er een doodsimpele zwart-witte sticker op geplakt; sexist shit.

Met de druilerige dagen van de laatste tijd nam ik vaak de Amsterdamse metro en geconfronteerd met de lomp grote poster van een mager, agressief ogend meisje in opdringerig uitgedoste lingerie moest ik er weer aan denken. Zo’n sticker moest ik zelf ook maar eens maken. De poster schreeuwde me weinig subtiel na: Dress Less to Impress. Koop een bh van de Sapph.

Seksisme is discriminatie op grond van sekse vanuit de opvatting dat het ene geslacht per definitie meer waard is dan het andere. In de praktijk komt het erop neer dat hoewel mannen kunnen imponeren met hun carrière, rijkdom, gevoel voor humor, fysieke kracht, charme en aantal bedpartners, vrouwen datzelfde effect alleen bereiken door minder kleren aan te trekken. Denk erover na: in welke situatie werkt een lingeriesetje statusbevorderend? Op een conferentie? Op een sollicitatiegesprek? Op een Antarctische expeditie?

Nee, de regel ‘less is more’ gaat alleen op in bed, en, helaas, aan een paal. Het enige recht van de vrouw is het bed, zeg maar.

“Maar het is toch lingerie? Dat moet toch bloot? Dat is allemaal echt niet zo bedoeld hoor Nikki. Je kunt gewoon niet tegen een grapje.”

- “Oh ja? Dus als het zou gaan om mannenondergoed, zouden we ook allemaal praktisch naakte mannen op billboards krijgen met slogans als You won’t be sad in red?”

“Ja hoor.”

Nee dus. Vraag het maar aan Rob Heilbron, de ‘creatieveling’ die in naam van Sapph billboard voor billboard produceert. In de NRC Next van vandaag stelt hij duidelijk: ‘Een onbekende vrouw kan wel een sekssymbool zijn, een onbekende man niet.’

Een man heeft namelijk karakter nodig om te overtuigen. Als mens moet hij een geschiedenis met zich meedragen en bepaalde eigenschappen tonen, zodat andere mensen zich met hem identificeren en dezelfde spullen gaan kopen als hij.

Een vrouw hoeft dat allemaal niet. De modellen van Sapph beelden namelijk geen menselijkheid uit, zelfs geen seks (seks is nog persoonlijk) maar een soort virtuele porno. Hun karakter doet er niet toe. Zij zijn er alleen om naar te kijken. Een halfnaakte George Clooney roept bewondering op; we willen hem zijn. Een halfnaakte onbekende vrouw willen we slechts hebben. Als het al de bedoeling is dat we ons met haar vergelijken, dan maar op één niveau: ‘Is ze dunner dan ik’ ‘Heeft ze grotere borsten dan ik’ ‘Heeft ze minder cellulitis dan ik’.

Maar laten we eerlijk zijn, een mooi lichaam is natuurlijk ook het enige wat echt alle vrouwen willen hebben.

Heilbron: ‘Ik weet alles van vrouwen. Highly educated of kapstertje, ze willen allemaal sexy zijn.’ Natuurlijk. Net zoals alle mannen sterk zijn, grappig en succesvol willen zijn – net zulke lege begrippen als ‘sexy’ die door iedereen anders worden ingevuld. Ik wil denk ik ook wel sexy zijn. Het staat alleen niet zo heel erg hoog op mijn prioriteitenlijstje. Als ik wat tijd over heb, zo vlak na mijn college Gender, Seks en Politiek en vóór mijn zwemtraining en niemand tijd heeft om ergens koffie te drinken, dan kan ik wel bij mezelf denken; ‘Hé, anders ga ik even een mooie nieuwe beha kopen ofzo. Die kan ik ook nog wel gebruiken.’ Maar door halfnaakte meisjes op grote posters te drukken en dit te verantwoorden met de tekst dress less to impress wordt de verkeerde boodschap afgegeven. In de wereld van dergelijke posters kopen vrouwen geen lingerie tussen de bedrijven door, maar trekken ze er hele dagen voor uit om er zo begeerlijk mogelijk uit te zien. In zo’n wereld is ‘sexy’ zijn de grootste waarde van een vrouw.

Sapph maakt lingerie ‘voor het type Sex and the City-vrouw, die iedere dag uitgaat met een setje in de handtas. Voor die vrouw is lingerie een wapen.’

Welke vrouw gaat er in hemelsnaam elke dag uit met een setje in haar handtas? Lingerie is geen wapen. Heilbron probeert zijn seksistische praat te verhullen in krachtige taal. Vrouwen die zijn lingerie kopen zijn niet gemanipuleerd door een overdosis aan porno en naakt in de media om te geloven dat een rood stringetje hun eigenwaarde zal brengen, nee, het zijn gewilde vrouwen die macht ontlenen aan ondergoed.

Met deze vrouwen bedoel ik niet de vrouwen die daadwerkelijk lingerie van Sapph hebben gekocht. Die hebben daar zo hun eigen redenen voor waar ik niets vanaf weet. Ik heb het over vrouwen zoals Rob Heilbron, en met hem vele chauvinistische varkens, ze ziet. ‘Sexy zijn’ is namelijk geen eigenschap dat een meisje wel of niet heeft, zoals ‘gevoel voor humor’ ‘blond haar’ of ‘een goede rechtse’. Sexy zijn is een waarde geworden. Een waarde die zo dominant is dat ‘sexy willen zijn’ de norm is. Alle vrouwen willen sexy zijn. Niet omdat we dat willen, maar omdat we zijn vergeten dat het anders kan.

‘Het product interesseert me niet,’ zegt Heilbron in de krant, ‘Het is de verpakking waar het om draait.’ Het product, dat wil zeggen, de beha, dat ding wat hij verkoopt, waaraan hij al zijn inkomsten ontleent, interesseert hem niet. De verpakking, dat wil zeggen, het meisje dat model – wacht even. Het meisje. De verpakking. Hoe kan hij op zo regelmatige basis met die vrouwen werken, ze vertellen hoe ze hun arm moeten houden en hoeveel mascara ze moeten dragen, waarschijnlijk een drankje met ze doen na de fotoshoot, en dan over ze praten als de verpakking? Als haar lichaam nou de verpakking is van haar goede ziel, van haar scherpe intellect, vooruit. Maar haar lichaam is niet de verpakking van haar persoonlijkheid. Haar lichaam is de verpakking van een push-up beha.

Houtekamer en Luijt, de vrouwen die Heilbron namens NRC Next interviewden, vragen wat jonge meisjes van al die pin-up grollen moeten denken. Heilbron geeft een heel eerlijk antwoord;

‘Ik denk er niet over na. Als je daar over na gaat denken, dan neem je verantwoordelijkheid.’

Inderdaad, Heilbron. Als je een nationale billboardcampagne begint waarmee je de gehele bevolking blootstelt aan beelden die jij hebt gemaakt, dan heb je een bepaalde morele verantwoordelijkheid. Als je weigert na te denken over die verantwoordelijkheid, dan hoef je ‘m ook niet te nemen! Vraag maar aan mijn vijfjarige neefje, die leeft dezelfde regels na.

Maar het feit dat je weigert verantwoordelijkheid te nemen zegt al genoeg. Ondanks al je gevatte oneliners (‘Wie een bedrijf wil voeren moet niet te veel nadenken’) weet je dat je een handjevol vrouwen exploiteert om een land vol vrouwen te overtuigen dat niet een goede baan, niet een gelukkig gezin, niet een verre reis, maar jouw lullige paarse bh-tje ze levensgeluk zal brengen. Dat ze die bh moeten dragen om iets van eigenwaarde te verkrijgen, en dat ze er vooral een bijpassende string bij moeten hebben. In hun handtas. Voor als ze uit gaan. Flikker toch op man.

Posted in Non Fiction | Tagged , , , , , , | 5 Comments

‘But what do I know, I’m feminist’

One of the writers in my group is working on a pulp story and, as we hit him with suggestions, I fired: ‘How about making the girl into a hero and let the guy be saved?’ We talked about this for a minute before I found myself bound to add: ‘Oh guys, you should know this about me, whenever there’s a window for some feminist criticism – I’ll bring it.’

I’m a feminist, yeah? It’s one of two things that tend to come up quite a lot even though they are really quite personal and private subjects. The other one is having had an eating disorder. But no matter how personal these things are, I find myself blurting them out at every occasion, preferably in a large group of people I don’t know (yet). It’s not like, ‘Hi, I am Nikki and I am a FEMINST and also I had BULIMIA I just worked two shifts in a restaurant and I feel a cold coming up now how are you?’

No, but seriously. It’s more like: ‘I don’t think the woman gets a fair portrait in this short story – but don’t mind me hey, I’m the feminist’ – whereas, no, I’m not being The Feminist, I’m just pointing out that women are people too and that it might add to your believability (and my not wanting to break your skull with your own book) if you try and portray us as such. You know, living, breathing, thinking and most of all acting protagonists.

It’s more of a problem than it may seem because, when I apologize like that, I don’t just apologize for holding beliefs or thinking of my own sex as capable subjects. Really what I’m doing is apologizing for thinking myself important enough to say anything (important)(enough)(to say)(anything). You know? ‘This is how I view life – but don’t forget I am a member of a ridiculous womencult so feel free to dismiss anything I say.’ Whatever opinion I might bring up next is of questionable value because ‘there goes the bra burning’. And there it did go, only fifteen minutes later, when I remarked on a line in a story: ‘He wanted to bang the Airline Lady!’

‘Now, now,’ one of the guys said, ‘mind your language,’ but the other one grinned:

‘Spoken like a true feminist.’

You see, it’s not that I give a fuck about the stereotypes of feminism that live in our collective conscience – that was already well established when a girl said: ‘Would you say you’re a feminist? Even if there were guys present? Because, you know, guys don’t really like that’. Oh no? Do I look like I care?

But I do feel like once I mention my feminism, it will never leave me alone again. There will be funnies, there will be winks, there will be anxious ‘how will she take this’-looks when a rape joke is made (the answer: not well) and most of all: there will be misunderstanding. Because once I have called myself feminist, there is no way back, I am forever a feminist – and not just a feminist, I am The Feminist and all the images and ideas other people have of her.

And I want to say ‘fuck that’ but I’m not sure if I should.

This is not just about my and my social life, it’s also about feminism itself and the issues we think about. Because, if I proclaim myself a feminist, and then become the cuddly toy of a group of people (‘Nikki was too busy not shaving her legs this week to read your submission’), then will people still listen when I start a sentence with the word ‘women’? Will anything I say about privilege or women’s rights be heard? Or would it be better to go undercover and talk about these things not as a feminist, but as non-threatening girl?

When the fact is, people will define me from their own view point anyway. They’re already saying I’m too outgoing, too alternative, too loud, too bossy. Too feminist? That’s one thing I can never have too much of.

Posted in Non Fiction | Tagged , , , , , | 1 Comment

Alle wegen leiden naar Lowlands

De Alphatent is behalve het grootste podium op Lowlands ook de tent die de meeste mensen bijblijft. Het blauw-geel gestreepte tentdoek dat tussen twee heuvels staat te pronken is representatief voor het hele festival in mijn herinnering. Op deze heuvels heb ik in 2005 ’s nachts zitten kletsen tot ik van het terrein werd geveegd, op deze heuvels heb ik in 2009 de Arctic Monkeys gezien en op deze heuvels zat ik afgelopen zaterdag te wachten op Mumford & Sons. Het is zo’n band waarvan je de naam vaker hoort dan de liedjes. Iedereen had het erover deze zomer: de nieuwste veelbelovende indiefolkband met als catchy refrein ‘I really fucked up this time, didn’t I, dear?’. Lowlands liep leeg voor de Londenaren.

Dit was op zichzelf al een vreemde ervaring. Ik ken Mumford alleen zoals ik al mijn bands ken; van het internet, uit de ‘indie scene’, waar we ook massaal luisteren naar Laura Marling en Frightened Rabbit. Toch stonden de laatste twee in de India en Charlie en trokken ze een stukken minder bekijks. Ik vroeg een grote groep vrienden waardoor dit kwam, maar het antwoord had ik zelf kunnen bedenken: Mumford & Sons wordt op 3fm gedraaid, en dus kent Nederland ze en stond iedereen in de tent, op de hekken en op het gras te springen en mee te zingen.

Misschien heb ik het in mijn herinneringen wat overdreven, maar in het Lowlands van vijf jaar geleden liepen voornamelijk mannen met zwart omlijnde ogen en vrouwen met paarse haren (ikzelf tekende met oogpotlood sterretjes op mijn jukbeen) en was douchen geld- en tijdverspilling. Dit jaar kijk ik enthousiast op als ik eindelijk iemand anders met kaplaarzen zie – ze zijn zeldzaam tussen de korte broekjes en wijde t-shirts.

Stefan Pop zei het gevatter; ‘Heel veel Ray Ban zonnebrillen hier. Toch wel ironisch, dat je zo’n alternatief festival hebt, en dat iedereen dat dan door dezelfde bril bekijkt.’

Het verschil tussen het alternatieve modderfestival uit mijn geheugen en dit zonovergoten Ray Banparadijs blijft de volle drie dagen door mijn hoofd spelen. ‘Vroeger!’ roep ik tegen een vriendin, ‘vroeger kon je nog op vrijdag denken hé, ik ga lekker toch en een kaartje kopen! Niet via eventim, maar gewoon, in de rij, op het postkantoor!’

Het contrast wordt wel heel schril als ik buiten bij The Kooks op het hek zit en binnen een half uur twéé jongens in Abercrombie t-shirts voorbij zie lopen. Geschokt sms ik mijn jongere, en veel hippere broertje.

‘Lowlands is ook een hype!’ antwoordt hij.

Zo had ik er nog niet over gedacht. Lowlands raakt elk jaar sneller uitverkocht, Lowlands staat in de Viva, meisjes van de studentenzeilvereniging gaan naar Lowlands, maar – ja, het is dus wel een hype. En zoals het een echte hype betaamt komen de hippe mensen in horden erop af gestormd, en daar wordt het festival dan nog hipper door. Maar ja, dat verklaard nog niet hoe het in een ver verleden überhaupt een hype heeft kunnen worden.

‘Lowlands heeft veel meer grote namen nu, zoals Snoop Dogg vorig jaar’ verklaart mijn broertje, maar met het wapenfeit van 2010 (het festival was in een week uitverkocht) gaat dat argument natuurlijk niet op. Niemand wist in februari dat publieksfavoriet Jack Parrow zou komen. Wist iemand in februari wie Jack Parrow was? Ik discussieer nog wat met mijn broertje, maar hij besluit de discussie met een duidelijk: ‘Het is niet meer zo underground.’

Is Lowlands dan mainstream geworden? Nee toch? De mainstream luistert naar radio 528 en 3FM, die koopt z’n kleren massaal bij de H&M, de winkel voor zowel klootjesvolk als hippe clubbers. Hip staat immers tot mainstream zoals fit tot de sportschool; het algemene doel wat alleen door een kleine elite bereikt wordt.

In het Amerikaans is het woord ‘hip’ wedergeboren in de honende titel ‘hipster’; een stereotype zoals emo en alto0w dat eerder waren. De hipster is in de VS dus niet zozeer een voorbeeld voor de gehele maatschappij, maar eerder een extremiteit in een besloten subcultuur. H&M is er voor zowel hipsters als mensen die graag hip zouden willen zijn – en mensen die helemaal niet hip willen zijn. En als je dan in de H&M staat, wat voor muziek hoor je dan? De muziek waar hipsters naar luisteren. De bands die op Lowlands op komen treden. Indie.

Ik denk dat ik de term zo’n zes jaar geleden voor het eerst hoorde, rond de tijd dat ik voor het eerst naar Lowlands ging. Mijn toenmalige vriendje had het over ‘indie’ en ‘postpunk’, over ‘shoegazer’ en ‘new wave’. Indie, zo legde hij me uit, was een afkorting van ‘independent’. Authentieke artiesten bij een onafhankelijke platenmaatschappij die niet uit waren op commercieel succes, maar op goede muziek.

Het begrip ‘indie’ is in de afgelopen 10 jaar een hele metamorfose ondergaan en betekent tegenwoordig veel meer dan onafhankelijkheid. Nitsuh Abebe beschreef op Pitchfork wat deze dagen onder ‘indie’ valt: Garden State with its hilarious Shins scene, Wes Anderson movies, Dave Eggers (??), Juno, Zooey Deschanel’s general existence’… 

Indie is geen muziekstroming meer, maar een subcultuur, bestaande uit meisjes met hoedjes en jongens in gekleurde leggings die koffie drinken in een klein café waar ook boeken uitgeleend worden terwijl ze op hun Macbook de laatste blogpost typen. Vrouwen met indianenhaarbanden die hun boodschappen doen bij de Marqt en mannen die verhalen van David Sedaris lezen op de pont naar de Tolhuistuin. Het is een manier van leven. Een hippe manier van leven. En wat hip is, wordt langzaamaan populair, en dus mainstream. Niet alleen de kleding, maar ook de muziek. En zo stond het dus ineens vol bij Mumford & Sons en Yeasayer. Maar ook de niet-3fm bands genieten mee in de groei van indie. Hoe komt dat dan? Ik kan maar één ding bedenken: het internet.

Op het festival kreeg Marlien een sms van haar moeder: ‘En, heb je Band of Skulls gezien?’ Marlien had nog nooit van die band gehoord, maar ze wist wel hoe haar moeder ervan wist: ‘Ze hoort dat ik hier ben, dus dan kijkt ze op Spotify naar een Lowlands-playlist en dan draait ze gewoon het eerste wat ze tegenkomt.’

Zo gemakkelijk als het voor ouders is om de concertkeuze van hun kinderen te achterhalen, zo gemakkelijk is het ook voor hun kinderen om nieuwe muziek te ontdekken. Ik ging vroeger graag op zaterdag naar de Nootzaak in Amersfoort om cd’s te luisteren en misschien, als ik een heel goede ontdekking deed en genoeg zakgeld had, zelfs te kopen. Als ik nu zin heb in nieuwe muziek hoef ik alleen maar naar de homepage van Last.fm te surfen. Daar staan de aanraders op basis van mijn luistergeschiedenis al netjes op een rij. Beluisteren in Spotify of op YouTube en even Googlen of er binnenkort een concert aankomt.

En ook de luiere mensen kunnen nieuwe bandjes niet meer missen; die springen gewoon tevoorschijn op hun Facebookpagina. Vóór ik er op Pitchfork over las hadden drie vrienden al Something good can work van Two Door Cinema Club als dé zomerhit aangekondigd. Een handvol vrienden plaatst met regelmaat een Youtube-filmpje en hun 350 vrienden hoeven alleen maar de discografie van Pirate Bay te plukken. Je hoeft je huis niet eens meer uit. Je hoeft niet eens te zoeken. Je drukt gewoon op play.

De meningen zijn verdeeld, maar ik ben er zeker van dat de muziekindustrie verdemocratiseert. Als alle muziek zo gemakkelijk beschikbaar is, zijn mensen niet meer gedwongen de hele dag door naar de top 40 te luisteren. Ze kunnen met gemak bands vinden die ze zelf echt goed vinden, op hun i-pod laden en die op de fiets, op het werk of tijdens het sporten beluisteren. Als ze het echt goed vinden gaan ze naar een concert en kopen ze een t-shirt.

Of ze gaan naar Lowlands. Het festival dat al een half jaar van tevoren was uitverkocht, het festival dat vol stond met mensen die vooral voor de sfeer waren gekomen en met gekke hoedjes op het gras lagen te drinken, mensen die voor Mumford & Sons echter in de benen kwamen, opsprongen en meezongen. En toen ik daar stond en al die mensen om me heen zo hard zag meezingen, moest ik (ik had maar drie uur geslapen) bijna huilen. Dat zoveel mensen zoiets moois zo met z’n allen tegelijkertijd zo mooi kunnen vinden, dat vind ik dan wel weer mooi.

Het concert van Jónsi was al zo’n tien minuten bezig toen er een jongen in hawai-short en met propellerpet naast me kwam staan. Ik dacht bij mezelf ‘die is binnen vijf minuten weer weg’. Hij bleef het hele concert en klapte het hardst.
Posted in Non Fiction | Tagged , , , , , , , , , | 4 Comments

Een ingedutte vogel

Vuurdoorn me is de debuutbundel van Annemarie Estor: dichter, zangeres en beeldend kunstenaar. In haar handen wordt een plant een werkwoord dat, zoals alles in de bundel, terugslaat op de ik.

Vuurdoorns zijn rozenstruiken die zich onderscheiden door hun grote, scherpe stekels. Deze populaire sierplanten bieden beschutting aan nestelende vogels en zien er mooi uit. Zo ook de bundel: met een abstract werk van Estor op de voorkant en stevige kaft die naar binnen toe rood vervaagt, nodigt het boek uit tot bladeren. ‘Zinnelijke gedichten’, zegt het omslag, maar de lust is nergens te bekennen als Estor afstandelijk op de eerste pagina begint: ‘Dag reiziger’

Luister naar de flarden die ik voor je opnam.
Ik laat je mijn gepriegelde verzinsels lezen.

Estor lijkt geen al te hoge dunk van haar poëzie te hebben – en misschien is dat maar goed ook. Lees meer

Posted in Non Fiction | Tagged , , , , , | 1 Comment

Late night reflection on happiness and satisfaction

There are no thoughts that need to be put into consequences nowhere that needs to be sorted out no things to discuss in a formal manner (my paycheck, the deposit, TOEFL test, class schedule, postage, garbage bags) in print or on the phone or on the line. Wires connect me to the world but I never feel more separated than in bed, warm, glowing, half asleep with an arm on mine.

‘What gives you satisfaction?’ he asks, ‘I mean, what makes you happy?’
And I say I believe that happiness is the opposite of satisfaction, as satisfaction is a mere result of a tested formula: this kind of sex, that brand of ice cream, that temperature and sunlight, this kind of work – whereas happiness, it escapes you and overwhelms you at the strangest of times and places. So I cannot say what makes me happy, because if I knew, it would only be satisfaction.

But what I also thought, was: this is the difference. This, sex, and hugs, and intimacy, it’s nice, it’s comfortable and fun and easy, and it responds to an existential question – but though the practice satisfies, the answer does not.

There is this.. urge, need, desire, passion, want, drive in me, the power that sort of keeps me alive, the big Want, the thing that makes me go and do something. The best way for me to deal with the big Want is to write, as it challenges me and comes easily, as it forces me to work with both my heart and my head, as it gives me an answer and three questions every I sit down to type. I strongly believe that if I could write for a few hours every day, I’d be deeply satisfied.

The world doesn’t work that way. You have to make choices, and this summer I chose to live rent-free in a friend’s apartment and waitress as much as I could to save money and be a responsible adult. My life this last month has been like this: get up at nine, have breakfast, scan important e-mails, wait on tables, make dinner, have sex, sleep – and you know what? There’s a lot to be said for that kind of life. It is simple, it is nicely tiring and it is regular and stable – the two things most people confuse with satisfaction. But this kind of life: the thoughtless work, the daily sex, the streamed tv shows; they only mute my urges, they don’t satisfy them.

“I have this weird thing that if I sleep with someone they’re going to take my creativity from me through my vagina. I’m perpetually lonely. I’m lonely when I’m in relationships. It’s my condition as an artist. I’m drawn to bad romances. And my song [Bad Romance] is about whether I go after those [sort of relationships] or if they find me. I’m quite celibate now; I don’t really get time to meet anyone.”

- Lady Gaga

Or, as a friend said: ‘You shouldn’t get in a relationship. You don’t have time for that. You have to write more. I check your website every day and there’s never anything new on it.’

Posted in Journal | Tagged , , , , , | Leave a comment

Kleine Paddestoelen

There is this favorite book store of mine, American Book Centre, that hosts my favorite shelf: the Fiction Discounts. Yesterday I found a little poetry collection by Tomaž Šalamun, a poet I had never heard of but was instantly drawn to after reading his little poem Things;

Between any two points in space
you can always draw a straight line
but where is the way
between the same place

Now I try to post only my own work here (I also try to update regularly and look how well that’s going), so to abide to my own rulings, I translated one of the poems, Little Mushrooms III. Keep in mind that the English translation is a bit better. And look it up. It was certainly a big discovery for me.

Tomaz Salamun – Kleine paddestoelen III

We zullen stoppen met rubberen schoenen
omdat we ze niet meer hebben
en dood en vliegen
zonder hun havens voor elkaar

We zullen stoppen met die paar rare getallen
zodat we eindelijk kunnen beginnen te ademen
en vrij te tellen
een twee drie zeventien
We zullen stoppen met alle woorden
vijf letters of minder
want het is zo duidelijk
deze woorden rollen alleen
en hooglanden

We zullen stoppen met cirkel
omdat we vierkant hebben
want waarom zou de mens
een been hebben als dit
en een seconde als deze
en namiddag
omdat de zon ondergaat

We zullen stoppen met de milt
want wat doen we met de milt
als we lever longen hebben
en te veel van deze dingen
en Sicilië
want het is een simpel pathologisch fenomeen
linoleum
omdat het niet weet waar Baku is
en trainingstruien omdat we ze over ons hoofd trekken

we zullen stoppen met ademen
omdat het stinkt
omdat het stinkt
omdat het stinkt

en wiet
omdat linnen en wiet
het klinkt vreselijk vreemd

We zullen stoppen met lucht
en vallei omdat het begint met V
kijk er maar naar
hoe het balanceert op een been
en naar boven gaapt

en eindelijk, tijd
en netheid
omdat alle netheid vies wordt
en dan wat, dan wat

Posted in Poetry | Tagged , , , | Leave a comment

Alle Dieren Leven Maar De Tijd Staat Stil

Yann Martels vorige boek, Het leven van Pi, betekende zijn internationale doorbraak. Het leverde hem duizenden lezers, de Man Booker Prize en een miljoenencontract voor een tweede boek op. Dat boek is er nu eindelijk: Beatrice en Vergilius.

Nadat Henry een internationale doorbraak heeft behaald met zijn bestseller over wilde dieren, ondervindt hij een flinke weerstand tegen zijn volgende boek. Het moet een flipbook worden dat van beide kanten gelezen kan worden; aan de ene kant een verhaal over de Holocaust, aan de andere kant een essay over holocaustfictie. Volgens Henry is de Holocaust namelijk ‘een boom met immense historische wortels en slechts hier en daar minieme fictieve vruchten’. Als een boom geen vruchten draagt, is hij waardeloos en zal worden vergeten. Dit wil Henry voorkomen met zijn nieuwe boek. Zijn redacteur ziet er echter geen brood in. Als er twee voorkanten zijn, waar moet de streepjescode dan? En wie denkt Henry eigenlijk wel dat hij is om over de Holocaust te schrijven? Nee, daar moet je niet aan beginnen.

Lees de rest op 8weekly.nl

Posted in Non Fiction | Tagged , , , | Leave a comment

What do you say when I hear ‘love’
crawl from underneath your tongue,
followed, as ever, by ‘suffer’, by ‘miss’

but what it means, you don’t, and I don’t,
will probably never know. The things we
can learn in life are minimal: that

the longest line is always ours, that the
shape of a wing will make take off, that
all is latent dust for puppets and that

every vagina smells of fish or cheese,
that it is sticky, and hairy, and the origin
of everything we’ve come to find meaningless.

What do you say, then, when I hear love
as a foreign language, a different species from
empirical proof: implosions at best. Nothing.

Posted in Poetry | Tagged , , | Leave a comment

Van de straat

foto’s in zwart wit heb ik altijd
makkelijker gevonden mooi
te vinden dan de mensen die
erop staan, zogenaamd neutraal

te kijken naar een apparaat dat
klikt en flitst en vijftienhonderd
euro kost maar in één beweging
stuk kan vallen zoals alles op de

wereld is begonnen in ontmoeting,
een hoofdknik of een vraag, ook jouw
ouders, ook de onzin, ook de magere
brug waarop we stonden

als op een uitroep van gastvrijheid
- ‘Nee, jíj in het bed!’ – of op de
mieren die ik in mijn nalatigheid
nog steeds niet weg bezem van straat,

zo zie ik nu de mensen in de precisie van
een oogwenk en in gedachten nog de kamer,
en ik herken me in hun staren, maar niet
omdat ze kloppen, en niet omdat het lijkt.

Posted in Poetry | Tagged , | 3 Comments

We kunnen er zo weinig mee / Polar Opposition

Een gedicht dat ik schreef over het hiernamaals van relaties, de dromen en verwijten, en de neiging samen te drukken wat niet past.

Er zijn er altijd drie die ouder dan ik maar toch
jongensachtig met opgeheven palmen me af
hebben geweerd. Ik gooide borden en bakstenen
maar hun Nee was dubbel glas en vast gesloten.

De bruine bladeren op het fietspad.
Gevouwen dagboeken in een verhuisdoos.
We kunnen er zo weinig mee.
En de momenten worden dromen waarin ik
vasthoud en afscheur en wurg tussen mijn dijen.

Ik praat over liefde ook al voel ik dat niet.
Ik noem me de zijnen ook al ben ik dat niet
en ik vraag of ze me nu alsjeblieft nooit
meer zullen laten gaan ook al wil ik dat niet.

De deining is te langzaam om waar te kunnen nemen
mijn nagels te kort voor de strepen die ik zag
in slow motion uitgeschreven beloften verstijven
in een levensloze, uitgedoofde bas. Ik word wakker
met het onverstaanbaar, onmiskenbaar

nee.

Ik heb het geprobeerd. ‘Ze is alles wat ik wil,’
zei hij, ‘maar uitgekleed en ingenomen
wordt ze nagemaakt en onvermogen. Ik denk
dat ze te oud is voor haar eenentwintig jaar.
Ik heb haar nooit op die manier leuk gevonden.’

Ik was nog zo jong toen ik voor het eerst leerde spelen
op een opgevouwen reisspel met magnetische stukken
en de onderkanten van de lopers die elkaar niet wilde raken
middagen lang tegen elkaar zou blijven drukken.

Translation after the cut. Continue reading
Posted in Poetry | Tagged , , , , | Leave a comment